Het wetsvoorstel Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is zowel door de Tweede als door de Eerste Kamer aangenomen. De kern van het wetsvoorstel vormt het Referentiekader taal en rekenen. Hierin staat beschreven wat leerlingen op verschillende momenten in hun schoolloopbaan op het gebied van taal en rekenen moeten kennen en kunnen.
Het referentiekader is een instrument voor scholen, docenten en onderwijsprogramma’s in het primair en voortgezet onderwijs, het speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het vormt de basis voor doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Het doel van de invoering van de referentieniveaus is het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden bij leerlingen. Het wetsvoorstel treedt op 1 augustus 2010 in werking.
Kamerbehandeling
Op 31 maart 2010 sprak de Tweede Kamer over de invoering van de referentieniveaus in het onderwijs. De referentieniveaus beschrijven nauwkeurig welke vaardigheden en kennis een leerling op bepaalde momenten in de schoolloopbaan moet beheersen op het gebied van taal en rekenen. Er zijn niveaus vastgesteld voor het einde van de basisschoolperiode, einde van het vmbo, havo/vwo en mbo. Voor PO-scholen maken de referentieniveaus duidelijk naar welk doel toegewerkt moet worden. Met de veel algemenere kerndoelen was dat niet altijd duidelijk.
In het gesprek met de Kamer gaf de (demissionaire) minister van Onderwijs aan dat de invoering van de referentieniveaus begint met een zorgvuldige inbedding in het onderwijsaanbod. Van scholen wordt verwacht dat ze met ingang van 1 augustus 2010 in hun onderwijsaanbod rekening houden met de referentieniveaus. Een inventarisatie van SLO heeft geleerd dat de meeste taal- en rekenmethoden die scholen gebruiken, aansluiten bij de referentieniveaus. Daarnaast zullen de referentieniveaus in toetsen, tussendoelen en leerlijnen worden opgenomen. Inhoudelijk zal er voor de meeste scholen niet meteen heel veel veranderen. Wel zullen de referentieniveaus scholen direct kunnen helpen bij opbrengstgericht werken. Nu preciezer is omschreven wat van leerlingen verwacht wordt, kan daar ook gerichter aan gewerkt worden.
Informatieoverdracht
Een ander aandachtspunt van de Tweede Kamer is de informatieoverdracht. In de wet is geregeld dat scholen voor PO de informatie over de vaardigheden van de leerlingen zorgvuldig moeten overdragen aan de VO-school waar een leraar na de basisschool naartoe gaat. De toetsen die nodig zijn voor de overdracht worden komende jaren ontwikkeld. Dit onderdeel van de wet treedt pas in werking op het moment dat er toetsen zijn die de resultaten van de leerlingen op objectieve en valide wijze in kaart brengen. Scholen hebben dus nog even de tijd om deze informatieoverdracht te verkennen en er ervaringen mee op te doen. De ervaringen die op dit moment in een aantal regio’s worden opgedaan worden betrokken bij de uiteindelijke uitwerking van de informatieoverdracht.
Het is ook de bedoeling dat de referentieniveaus worden gebruikt om voor alle leerlingen het meest haalbare te bereiken op het gebied van taal en rekenen. Komende periode wordt er zorgvuldig gekeken naar de wijze waarop van alle leerlingen inzichtelijk gemaakt kan worden wat ze wél kunnen. De referentieniveaus helpen daarbij. Verschillende onderdelen van de wet zullen op verschillende momenten van kracht worden. Uiteraard wordt u hierover zorgvuldig geïnformeerd.
Informatie, voorbeelden en tips
Op dit moment is al veel informatie beschikbaar over de referentieniveaus en het invoeringstraject op scholen. Voor algemene informatie over de referentieniveaus kijkt u op de website Taal en Rekenen. Op de website School aan zet vindt u informatie, voorbeelden en tips in het PO. Informatie over de geschiktheid van de methoden voor de referentieniveaus is beschikbaar op het Leermiddelenplein van SLO.
(Bron: Ministerie OC&W)

Wij zijn bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur.
Wilt u zich abonneren op onze nieuwsbrief?
© 2010 Integrace - Science Park Eindhoven 5644 - Postbus 1690, 5602 BR Eindhoven - - T (040) 213 66 66